Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie

Naast neurofeedback doen we ook veel met cognitieve gedragstherapie. Het is vaak ook de combinatie die een behandeling goede resultaten brengt. Dit is niet bij alle cliënten noodzakelijk.
De cliënt wordt dan onder andere door middel van huiswerkopdrachten, gestimuleerd om zich bewust te worden van zijn of haar automatische gedachten en beelden in (voor de cliënt) problematische situaties.
De cliënt wordt geleerd deze gedachten kritisch te onderzoeken en zonodig te testen.
Zo zou bijvoorbeeld iemand met een sociale fobie (angst voor sociale situaties), die voor een feestje uitgenodigd is, kunnen denken: “Dat kan ik echt niet aan.” De behandelaar zal dan geneigd zijn om haar of hem aan te raden om er laat naar toe te gaan, in gezelschap van een vriend en om alleen met die vriend te praten. Zo kan de cliënt op een veilige manier gaan testen of hij of zij het echt niet aan kan.

De cliënt leert zijn of haar gedachten op vervormingen te onderzoeken en ze vervolgens te vervangen met meer gebalanceerde, meer constructieve gedachten. Hij of zij wordt gestimuleerd om nieuwe conclusies te trekken over zichzelf en zijn of haar mogelijkheden. De cliënt leert plannen te maken voor toekomstige nieuwe gedachten en gedragspatronen.

Veel voorkomende vragen van een cognitieve therapeut zijn:

  • Hoe weet u dat ze zeker?
  • Wat is het bewijs voor of tegen dit idee?
  • Waar is de logica?
  • Wat zou een objectieve toeschouwer hierover zeggen?
  • Wat heeft u te verliezen, te winnen door…?
  • Wat zou u kunnen leren van deze ervaring?
  • Welke alternatieve verklaringen zijn er voor het gedrag van uw chef, uw vrouw, uw man……?

Voorbeelden voor gedachtenpatronen waar veel mensen in verwikkeld zitten en waar we mee kunnen helpen om deze te doorbreken zijn:

  • Zwart-wit denken: "alles wat ik doe is helemaal goed of helemaal fout. Als ik geen volledige steun van iedereen krijg, voel ik me afgewezen."
  • Overgeneralisatie: "Dit overkomt mij altijd. Mannen (vrouwen) zijn niet te vertrouwen, ik word nooit meer verliefd."
  • Willekeurige afleidingen (gedachten lezen): "Zij zingt in het huis om mij te irriteren." of "Hij zegt zo weinig omdat hij kwaad op me is."
  • Emotioneel redeneren: "Omdat ik me ongeliefd voel, weet ik zeker dat niemand van mij houdt." of "Omdat ik me angstig voel, moet ik wel in groot gevaar zijn."

Klachten van cliënten die zich melden bij ons voor cognitieve therapie, spelen zich vaak af rond een centraal thema. Met name rond de volgende thema’s / kwesties:

  • Acceptatie. Een thema dat vaak samengaat met een zich ongemakkelijk voelen in sociale situaties en angst om verlaten te worden: “Afwijzing is het ergste dat me kan overkomen. Ik moet anderen altijd plezieren.”
  • Controle. Een overdreven behoefte aan, en angst voor verlies aan controle: “Als ik iemand te dicht bij me laat komen, gaat hij of zij me controleren. Ik kan niet iemand om hulp vragen.”
  • Competentie. Bijvoorbeeld enerzijds overtuigd zijn niets nuttigs te kunnen, incompetent te zijn en anderzijds streven naar steeds grotere perfectie en grotere prestaties om zichzelf en anderen te bewijzen dat het niet zo is: “Falen is het einde van de wereld. Ik ben wat ik presteer.”

Al onze psychologen zijn breed opgeleid en hebben ruime ervaring in deze therapie vorm.